21-12-2016 | Bedrijfsleven verplicht aan de energiebesparing

Bedrijven moeten alle maatregelen die zich in 5 jaar of korter terugverdienen doorvoeren. Dit is een verplichting uit het Activiteitenbesluit en is een vertaling van de uitgangspunten van de Wabo en de Wet milieubeheer. In het Activiteitenbesluit gaat het over besparing van energie in welke vorm dan ook. De wijze van opwekking (duurzaam of niet) of door wie (door de drijver van de inrichting zelf of door energieleverancier), maakt niet uit. De te treffen maatregelen zijn dan ook alleen energiebesparende maatregelen. Duurzame energiemaatregelen (voor het opwekken van energie) zijn geen verplichting. Ze zijn dan ook geen alternatief voor energiebesparende maatregelen.

De energiebesparingsverplichting is alleen van toepassing op degene die inrichtingen van het type A of B drijft. Voor type C (vergunningplichtige bedrijven) gelden de verplichtingen in de Wabo-vergunning. Het gaat daarbij om de bedrijven die middelgrote energieverbruiker of grootverbruiker van energie zijn. Het jaarlijkse energieverbruik van het bedrijf bepaalt vervolgens of het bedrijf aan de energiebesparingsverplichting moet voldoen. De grens ligt bij:

Middelgrote energieverbruiker: bedrijf met een elektriciteitsverbruik in enig kalenderjaar van 50.000 kWh tot 200.000 kWh of een verbruik van aardgasequivalenten in enig kalenderjaar van 25.000 m3 tot 75.000 m3, 
Grootverbruikers van energie: bedrijf met een elektriciteitsverbruik in enig kalenderjaar van minimaal 200.000 kWh of een jaarlijks gebruik van aardgasequivalenten van minimaal 75.000 m3. 

De verplichting geldt voor de ‘drijver van de inrichting’, omdat het Activiteitenbesluit uitgaat van de ‘drijver van de inrichting’. Wie uiteindelijk welke maatregelen doorvoert kan afhankelijk zijn van de situatie. Bijvoorbeeld de eigenaar of de huurder van het pand. De verplichting geldt voor de ‘drijver van de inrichting’. Het Activiteitenbesluit gaat namelijk uit van de ‘drijver van de inrichting’. Wie uiteindelijk welke maatregelen doorvoert is afhankelijk van de situatie. Bijvoorbeeld de eigenaar of de huurder van het pand. 

Faseren realisatie maatregelen

Het bevoegd gezag of de omgevingsdienst kan (maar hoeft niet) een gefaseerde uitvoering vastleggen. De drijver kan dit verzoek zelf doen. De fasering komt dan in een maatwerkvoorschrift.

In overleg met de ondernemer wordt deze fasering vastgelegd door de tijdstippen van uitvoering te benoemen. Ook al gaat het hier om maatregelen die altijd rendabel zijn. Het kopje 'Natuurlijke en zelfstandige momenten' bij onderdeel 'Bijlage 10 bij de Activiteitenregeling' gaat in op de situatie waarbij maatregelen soms (op natuurlijke momenten) rendabel zijn. Zo kan het bevoegd gezag rekening houden met:

Bedrijfseconomische omstandigheden: het kan daarbij gaan om de financiële situatie van een inrichting waardoor aantoonbaar fasering van de maatregelen nodig is. Bijvoorbeeld de situatie dat een bedrijf geen krediet krijgt van zijn financier. Ook kan het gaan om zogenoemde split incentives. Wellicht hebben huurder en beheersorganisatie tijd nodig om afspraken te maken over het treffen van de besparingsmaatregelen. En ook over de eventuele consequenties die de maatregelen kunnen hebben voor de huurovereenkomst. Het faseren kan niet gebruikt worden om het nemen van maatregelen telkens vooruit te schuiven. Omstandigheden die ontstaan bij doorlopend slecht management vallen niet onder de hier bedoelde ‘bedrijfseconomische omstandigheden’. 
Investerings- en vervangingsmomenten: het gaat er om aan te sluiten bij bekende natuurlijke momenten in de bedrijfsvoering zoals regelmatig onderhoud en renovaties. Ook al is een maatregel rendabel (terugverdientijd niet langer dan vijf jaar), de uitvoering van de maatregel is vaak goedkoper door aan te sluiten bij natuurlijke momenten. Het bevoegd gezag mag hier rekening mee houden. 

Het stellen van termijnen voor de realisatie is een aandachtspunt en is afhankelijk van de situatie. De ondernemer levert een planning aan van de tijdstippen waarop hij de te nemen maatregelen doorvoert.

Het bevoegd gezag beoordeelt deze planning en geeft wel of geen goedkeuring. In een maatwerkvoorschrift wordt per uitgestelde maatregel een redelijke termijn gezamenlijk vastgesteld en vastgelegd. Het bevoegd gezag communiceert de fasering aan de ondernemer die vervolgens verantwoordelijk is voor de uitvoering. Het bevoegd gezag controleert regelmatig of de maatregelen zijn genomen. Daarbij is van belang of de vastgestelde tijdstippen van uitvoering ver uit elkaar liggen.

(bron: thema energiebesparing – Infomil)

Uw doel realiseren?

U doet beroep op een externe adviseur met een bepaald doel. U wilt een probleem opgelost zien. U hebt kennis nodig van een specifiek onderwerp. Of u wilt tijdelijk uw organisatie met extra menskracht versterken. MIDDAG milieuadvies is de adviseur met wie u uw doel bereikt. Waarom? Uw doel is onze richting!

Bel ons op 0183-681155 voor een vrijblijvende kennismaking of vul het contactformulier in en we nemen contact op met u.

Bel 0183-681155 Contact